Spoed Eisende Hulp

Het leek wel of een aantal van jullie gewoon kon rúiken dat het even helemaal verkeerd ging. Mijn moeder ontving van verschillende kanten de vraag of het wel “goed” ging, voor zo ver dat in mijn situatie kan, omdat ze zo’n raar voorgevoel hadden. Dat gevoel klopte.

Het begon met dat ik al een paar weken écht niet kon slapen. Wat ik ook probeerde, langer dan drie uurtjes per nacht werd het niet. Een week geleden volgde daar een vervelende Herxheimer reactie op, door een nieuw anti-virus middel dat ik kreeg. Overal op mijn lichaam had ik intens veel jeuk, geen uitslag, alleen jeuk. Ook had ik hoofdpijn, was ik misselijk en had ik opeens weer veel last van mijn astma en iets wat op hooikoorts lijkt. Met dat al bestaande gevoel van zuurstof tekort, is het niet echt een fijne combinatie. Twee dagen daarna werd ik wakker met vreselijke pijn aan mijn oor. Oorontsteking dus.

Donderdag ging het helemaal mis. ‘S morgens werd ik wakker met ontzettende jeuk in het oor waar de ontsteking zit. Ik had het idee dat dat een teken van genezing was, dus schonk er voor zover mogelijk geen aandacht aan. Maar ’s middags werd het gevoel in mijn hoofd zó naar, wat was dit???

De Neuritis Vestibularis was terug. Precíés een jaar later. Draaiduizeligheid kun je nauwelijks uitleggen, je moet het hebben meegemaakt wil je weten hoe erg het is. Alsof mijn hersenen in een veel te snelle zweefmolen zitten die ook nog eens op en neer gaat, inclusief het zoefzoef gevoel. Het voelt alsof je omvalt terwijl je gewoon stabiel ligt. Vreselijk. Maar het bleef hier niet bij. Ik begon me immens beroerd te voelen. Ik werd kotsmisselijk, kreeg erge hartkloppingen en tegelijkertijd stroomde alle kracht uit mijn lichaam. Ik kon mijn lichaam niet meer bewegen en ik kon niet meer praten. Ook kon ik mijn ogen nauwelijks meer open doen en als ik het toch probeerde, gingen ze heel snel heen en weer. Ik reageerde op dat moment nergens meer op. Niet meer op vragen, niet op pijnprikkels, alles ging langs me heen. Ik weet niet waar ik was, maar het was even niet op deze wereld in ieder geval. Ook moest ik eigenlijk overgeven, maar had daar natuurlijk totaal geen kracht voor. Deze rare aanval kostte me zóveel energie dat het voelde alsof mijn hart mijn lichaam uitknalde. Verder leek het alsof ie vooral heel veel moeite moest doen om te blijven werken.

Alles ging in een waas langs me heen. Vaag hoorde ik mijn moeder met de huisartsenpost bellen en voordat ik het wist, werden mijn ogen opengehouden en scheen iemand er een lampje in. Vervolgens voelde ik twee koude handen op mijn buik drukken. “Doet het hier pijn?” Hoorde ik iemand vragen alsof diegene door de andere kant van een hele lange echoënde buis praatte. Het enige wat ik toen weer kon, was door mijn gezichtsuitdrukking laten merken dat het veel pijn deed. Verder hoorde ik vlagen van een gesprek, maar veel begreep ik niet en het meeste viel weg.

Ik heb me nog nooit zó ziek gevoeld. Ik weet nog dat ik me afvroeg hoe ik dit ging overleven en dat ik mezelf, in mijn wazige gedachte, toesprak om heeel diep in mij het aller laatste beetje kracht te vinden om dit te redden.

Na een tijdje hoorde ik twee nieuwe, maar vooral lieve en geruststellende stemmen. “Bente, de brancard kan door de traplift niet naar boven, maar we gaan je helpen om naar beneden te komen, maak je geen zorgen.”
Ik weet nu weer dat de ambulancevrouw mij in een soort houdgreep op de traplift van achteren heeft vastgehouden en mijn moeder de voorkant. En dat mijn hoofd, bovenlichaam en armen de hele tijd naar voren vielen, dus dat het voor hen behoorlijk zwaar heeft moeten zijn om mij op die stoel te houden.

Meteen beneden ben ik op de brancard geholpen. Gewikkeld in doeken en vast gelegd met gordels, ben ik de ambulance ingeschoven. Gelukkig zagen ze aan mijn gezicht dat het felle licht in de ambulance veel pijn deed in mijn hoofd en maakten ze het helemaal donker. Eenmaal liggend op het bed op de SEH werd ik gek van de piepjes en het licht en hebben ze speciaal voor mij een rustig kamertje vrijgemaakt.

Er zijn veel onderzoeken gedaan, maar omdat ze behalve een hele onregelmatige- en hoge hartslag niets concreets acuuts konden vinden naast alles wat ik al heb, kon ik vier uur later, midden in de nacht, weer naar huis. Ik was iets bijgetrokken, kreeg iets meer mee van de wereld om me heen, kon er met moeite een paar woordjes uit krijgen en de misselijkheid was gelukkig weg. Maar dat was het dan ook. Er kon gelukkig wel af en toe weer een glimlachje vanaf als mijn vader een flauw grapje maakte.

Ik weet niet hoe de eerste arts en ambulancebroeder er uit hebben gezien, ik weet niet hoe de mensen die mij de ambulance in hebben geholpen er uit hebben gezien, ik weet niet hoe de vrouw die mijn bloed afnam, de vrouw die mijn bloeddruk meette en de mensen die mij op de brancard zagen binnenkomen eruit hebben gezien. Ook heb ik geen idee hoe een ambulance en de kamer waarin ik lag er van binnen uitzien. Maar wat ik wel weet, is dat ik dit nooit, echt nooit meer mee wilde maken.

Je raadt het misschien al.. De dag erna (gister) gebeurde het weer. Gelukkig duurde het deze keer geen 8 uur voordat ik pas een beetje bij kwam, maar ongeveer 4 uur. Mijn moeder heeft mijn arts gebeld en zij heeft mij na spoedoverleg antibiotica voorgeschreven. We weten niet waardoor dit komt, maar het lijkt alsof mijn lichaam het allemaal even niet meer aankon/kan.

Ik schrijf dit nu samen met mijn moeder rond 12.00 uur, maar allebei de keren gebeurde het rond 16.00 uur, dus ik hoop uit de grond van mijn hart dat het niet weer gebeurt..

Een gesprek via whatsapp of iets lukt niet en reageren op berichtjes ook niet. Jullie horen weer van me als het mogelijk is..

Veel liefs💕

Delen is magisch
Share on Facebook285Share on Google+0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Email this to someone

One Comment

  1. Pingback: Update: How low can you go? – Magic Everyday

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *